Nóg een druivenras dat vóór phylloxera in de Médoc een belangrijke rol speelde. Maar juist omdat carmenère zo door oïdium en phylloxera werd getroffen en lage opbrengsten had, werd de druif in Bordeaux bij herplanting na phylloxera de rug toegekeerd. In totaal zouden nu nog slechts zo’n vijftien hectare in de Médoc aangeplant zijn. Een met uitsterven bedreigd druivenras, ware het niet dat twee Franse wijnstokdeskundigen in 1994 in Chili vaststelden dat veel merlot daar in werkelijkheid carmenère was. In Chili was niet zeker of men blij moest zijn met de ontdekking van de wetenschappers. Lange tijd vreesde men voor een schandaal. Immers, decennialang was carmenère verkocht als merlot. Het pakte echter heel anders uit. carmenère werd alras de lieveling van het publiek en is inmiddels uitgegroeid tot Chili’s nationale druivenras. Bij Errázuriz produceert men intussen maar liefst vier wijnen op basis van deze druif: de Max Reserva merlot (met 12 procent carmenère), de carmenère Estate, de carmenère Single Vineyard en de Arboleda carmenère (alle 100 procent carmenère).

Recentelijk is door onder anderen professor Fregoni vastgesteld dat ook veel ‘merlot’-wijngaarden in noord Italië in werkelijkheid carmenère zijn. De geur en smaak van carmenère lijkt desalniettemin veel op merlot, vooral zijn rondheid. Maar carmenère is in Chili donkerder, rijper en kruidiger dan merlot, met meer koffie- en specerijenaroma’s.