Chili lijkt wel het meest ideale wijnland van dit moment. De producenten hoeven er namelijk bijna niets te doen om biologisch, of in ieder geval zonder gebruik van insecticiden en onkruidverdelgers, te produceren. Het klimaat is warm en droog en de Chileense producenten slagen er steeds beter in die gebieden uit te zoeken die het best passen bij de druivenrassen die ze verbouwen. Chili wordt vaak in één adem genoemd met Argentinië, maar de verschillen tussen de landen nemen steeds meer toe.

Klimaat en bodem

Wat Chili en Argentinië gemeen hebben, blijft de Andes, de ruige bergrug die het Zuid-Amerikaanse continent doorsnijdt van noord naar zuid. Chili ligt echter aan de kant waar de regen valt, zij het beperkt; Argentinië is veel droger. Aan de Chileense kant lopen ook ontelbare riviertjes van de bergen naar zee, wat het irrigeren van wijngaarden veel makkelijker maakt.

Chili kent op de smalle strook tussen Andes en oceaan nog eens talloze kustgebergten, die niet haaks op de Andes staan, maar eveneens parallel aan de kust lopen. Voor de wijnbouw is het belangrijker een goede positie tussen de twee ketens te vinden, van west naar oost, dan van noord naar zuid!

Geschiedenis

Missionarissen waren in de 16e eeuw verantwoordelijk voor de eerste aanplant van wijnstokken. Centrum van de wijnbouw in de 17e en 18e eeuw was het noordelijke La Serena. In de eerste helft van de 19e eeuw verwierf Chili zijn onafhankelijkheid, waarna de wijnbouw een enorme groeispurt doormaakte. Vooral Frankrijk stond model: Franse druivenrassen werden massaal geïmporteerd en de rijken bouwden landhuizen die zo uit Bordeaux weggehaald konden zijn. Eind 19e, begin 20ste eeuw ging het land een tijd van politieke instabiliteit in, die pas echt eindigde met de arrestatie van Pinochet in 1989. Intussen was ook de binnenlandse wijnconsumptie flink gedaald, zodat Chili aan het eind van de 20ste eeuw heel veel in te halen had.

Chili nu

Mede dankzij de Spaanse wijnproducent Miguel Torres is Chili in korte tijd een uiterst modern wijnland geworden. Hij introduceerde bijvoorbeeld stalen gistingstanks en temperatuurgecontroleerde vergisting, zodat frisse en fruitige wijnstijlen mogelijk werden. Dankzij Torres wordt nu meer dan de helft van de wijnen geëxporteerd, met nog altijd groeiend succes. Vooral de klassiek Franse druivenrassen doen het goed in Chili, aangevuld met carmenère, die in Chili volle, kruidige wijnen oplevert.