Whisky

Ui, peer en lantaarnpaal

Distilleerketels zijn eigenlijk altijd van koper gemaakt. Je hebt er vast wel eens eentje gezien op een foto. Koper is een bijzonder materiaal. Het is makkelijk te vormen en speelt een rol bij het ontstaan van aroma’s. Het koper werkt als een katalysator en zorgt ervoor dat het ontstaan van aroma’s wordt versneld wanneer de zuren uit het water in contact komen met de alcohol. In whisky zitten werkelijk honderden aroma’s waarvan wij er slecht rond de twintig kunnen herkennen.

Een distilleerketel kent drie basale vormen: de uit, de peer en de lantaarnpaal. De vorm van de ketel heeft invloed op de dikte/dichtheid van een distillaat. Je moet je voorstellen dat er vloeistof in de ketel zit die verdampt. In een korte, dikke ketel kunnen er veel dampen bovenin komen en condenseren. Zo ontstaat vaak een wat dikker distillaat. Dat kun je zien en proeven. Je kunt het zien aan het glas waarin je de whisky schenkt waarbij de whisky meer plakt en traant. En de whisky is anders qua mondgevoel. Door de dikte blijft er ook meer plakken waardoor de intensiteit hoger is.

Lange ketels, zoals die van Glenmorangie, zorgen ervoor dat er meer dampdeeltjes terugvallen (zogenaamde reflux) en alleen hele zachte, kleine deeltjes de top bereiken en condenseren. Met een zachter en dunner distillaat als resultaat. Uiteindelijk draait het weer om één ding namelijk jouw persoonlijke smaak of je stemming van dat moment. Want een dikke, rokerige whisky wordt na een koude strandwandeling door veel mensen gewaardeerd…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *