Jonge wijnen op basis van tannat zoals in Madiran zijn bijna Piëmontees: gespierd, tanninerijk, astringent. In Madiran moeten rassen als cabernet franc en cabernet sauvignon de intrinsieke astringentie van tannat beperken. Daarnaast moet de wijn minimaal twintig maanden op vat liggen voordat hij mag worden gebotteld, om dezelfde redenen. Tannat heeft lage zuren maar een typerend frambozenfruit.

Aan de andere kant van de wereld, in Uruguay, is inmiddels meer tannat aangeplant dan in Frankrijk. Hier wordt de druif ook wel harriague genoemd, naar een van de eerste wijnboeren in Uruguay, afkomstig uit Baskenland. In dit Midden-Amerikaanse land is tannat uitgegroeid tot het nationale druivenras. Door het mediterrane klimaat zijn de wijnen fruitig rond, en veel toegankelijker dan de strenge Franse Madiran.