Van oorsprong aangeplant in het Franse Sud-Ouest en geadopteerd in Argentinië. Daar, op 1100 meter hoogte in Mendoza, is de druif goed voor volle, rode wijnen met het kruidige fruit van bramen en moerbessen. In Cahors, waar de druif ook wel cot of auxerrois wordt genoemd, zorgt de dikke schil voor een diep gekleurde, tanninerijke en drogende wijn, strakker en frisser dan in Argentinië. In de Loire komt cot ook voor als cépage terwijl in de Gironde in Bordeaux malbec gebruikt wordt als mengdruif. Op die manier komt malbec ook tot zijn recht in Californië en Nieuw-Zeeland.

Aangezien een Argentijnse malbec nogal eens voor een Bordeaux wordt versleten, raad ik je aan Argentijnse malbec (zoals die van Lurton) te proberen, als je Bordeaux tenminste lekker vindt. Voor het geld van een doorsnee Bordeaux koop je de allerbeste Argentijnse malbecs. In vergelijking met Bordeaux is de Argentijnse malbec voller, met meer alcohol en veel meer fruit. Ten opzichte van een typische Cahors is malbec uit Argentinië ronder, romiger, en rijker. Absoluut het proberen waard.