Garnacha, of grenache, kun je herkennen aan zijn ongewone combinatie van veel alcohol, weinig zuur en lichte kleur. En ook zijn snoepgoedachtige fruitneus (een compromis tussen een Beaujolais en een pinot noir) zijn opvallend. In de Provence pikt grenache vaak iets op van lokale kruiden zoals lavendel en tijm. Op fles ontwikkelt de druif aardse tonen en tabak.

Grenache is een echte mengdruif (zoals in Châteauneuf-du-Pape, Côtes-du-Rhône, Rioja), al is het aandeel garnacha soms heel hoog (zoals in Navarra en Priorat). Ook in Spanjes meest gerenommeerde wijn Vega Sicilia is garnacha verwerkt. Daarnaast is de druif in trek als basisingrediënt voor roséwijnen (zoals in Tavel, Lirac en Provence rosé).

In contact met zuurstof oxideert grenache snel. Het verklaart ook waarom grenache niet heel erg lang houdbaar is. Hij wordt aangeplant in vele gebieden buiten Frankrijk en Spanje, zoals Italië (cannonau), Zuid-Afrika, Californië (vooral Central Valley) en vooral ook Australië. Daar is old vine grenache het best bewaarde geheim. Stokken van soms wel een eeuw oud leveren hier de meest verfijnde, kruidige en geconcentreerde grenache ter wereld op. Aanraders zijn The Custodian grenache van D’Arenberg in McLaren Vale en Turkey Flat uit Barossa.

Vergelijk eens een Châteauneuf-du-Pape met een Navarra en let dan vooral op de verschillen in kleur en op de concentratie van smaak. Australische Grenache is misschien wel de mooiste in zijn soort – niet goedkoop maar heel geschikt voor een speciale gelegenheid, zoals The Custodian van D’Arenberg.