Cheval Blanc, een van de topwijnen, zo niet dé topwijn van Saint Émilion, is gemaakt van minimaal 70 procent cabernet franc. Desalniettemin is de druif in de meeste wijnen in Bordeaux niet de principale druif. Hij wordt vooral gebruikt om te mengen met andere rassen. Waarom? Cabernet franc bloeit weliswaar gelijktijdig met cabernet sauvignon, maar heeft minder zon en warmte nodig om volledig te rijpen. In mindere jaren heb je er vaak nog wat aan. Zijn smaak is vergelijkbaar met die van zijn beroemdere broertje maar omdat zijn druiven groter zijn, zijn de wijnen minder tanninerijk, dat wil zeggen: toegankelijker, sneller op dronk, maar ook minder lang houdbaar, met minder alcohol en minder kleur. Een ideale druif om de diepgekleurde en tanninerijke cabernet sauvignon mee te mengen. In koele klimaten zijn de twee echter nauwelijks van elkaar te onderscheiden (zoals in Nieuw-Zeeland). Zowel in de Midden-Loire als in Noord-Italië is cabernet franc veel aangeplant, en hij brengt daar verrukkelijke frisse fruitwijnen voort met tonen van ‘groene paprika’. Pure, ongemengde cabernet franc zoals uit Chinon en Bourgueil geeft het beste voorbeeld van de smaken van deze druif. Licht gekoeld zijn ze het lekkerst. Vergelijk ook eens zo’n rode Loire met een Médoc uit hetzelfde jaar (proef eerst de rode Loire, dan de Médoc). Proef je de verschillen in fruit, frisheid, tannine en alcohol? Waar gaat je voorkeur naar uit?